Header graphic Modelrockets.NL - Launch Group Logo Header graphic Modelrockets.NL - Launch Group

Bergings Systemen

Terug
Parachute    Wimpel    Helikopter    Tuimel    Glijvlucht
Modelraketten zijn uitgerust met een bergingssysteem. Het doel hiervan is het afremmen van het model zodat het met een veilige snelheid terugvalt naar de aarde, zonder schade te veroorzaken.

Bergingssystemen worden in de raketmodelbouw nog wel eens beschouwd als de sluiting van de begroting, vooral door de minder ervaren beoefenaars. Laat ik dit misverstand hier maar eens uit de weg ruimen: Bergingssystemen maken een essentieel en onlosmakelijk onderdeel uit van een modelraket.
Met essentieel en onlosmakelijk wordt bedoeld, dat iedere modelraket een dergelijk systeem behoort te hebben en dat er evenveel aandacht en tijd aan besteed dient te worden als enig ander hoofdonderdeel.

Algemene Werking

Op het toppunt van de raketvlucht blaast de uitstootlading van de modelraket motor de rompbuis leeg. Het bergingssysteem en de neuskegel worden uit de rompbuis geblazen.
Omdat de uitstootlading van de motor uit hete gassen en brandende deeltjes bestaat, moet het meestal fragile bergingssysteem hiertegen beschermt worden. De hete gassen en deeltjes worden van het bergingssysteem en de neuskegel gescheiden, door de onbrandbare of vlamdovende bergingswatten.
Zonder deze bergingswatten zou het bergingssysteem in de meeste gevallen verbranden!
De bergingswatten bevinden zich dus in de rompbuis, tussen de motor en het erboven liggende bergingssysteem, schokkoord en neuskegel.

In de raketmodelbouw bestaan verschillende soorten bergingssystemen.
Hieronder volgt een opsomming, waarvan de eerste twee de meest gebruikte zijn:

Parachuteberging

De uitstootlading van de motor zorgt ervoor dat een plastic parachute wordt uitgeworpen welke zich met lucht vult. Zodoende wordt een zachte landing van middelzware en zware modellen mogelijk gemaakt. Van nylon of speciale parachutestof kunnen sterkere parachutes worden gemaakt.





Wimpel/Streamerberging

De uitstootlading van de motor werpt een langwerpige wimpel/lint van crêpepapier of van kunsstof uit. De meestal opgerolde of opgevouwen wimpel ontvouwt zich door de wind. Het flapperen van de wimpel in de wind heeft een vertragende werking op de landing van het model. Wimpels worden alleen bij lichte modellen gebruikt. Naast de vertragende werking wordt ook een verhoogde zichtbaarheid door de vaak felkleurige wimpels bewerkstelligd.



Tuimelberging

In lichtgewicht modellen kan de uitstootlading van de motor er voor zorgen dat door het verschuiven van de motor het zwaartepunt van het model wordt verplaatst en zodoende het model onstabiel wordt. Hierdoor gaat het model tuimelen (draaiende, buitelende bewegingen maken) waardoor het model vertraagd en onstabiel de grond raakt. Uitstoot van de motor is ook mogelijk, waarbij de motor altijd van een wimpeltje voorzien moet worden zodat deze vertraagd én beter zichtbaar naar beneden valt.

Een voorbeeld van een tuimel systeem

Een 'rear ejection' systeem welke het model in twee delen splitst. Niet de neuskegels, maar het staartstuk word afgestoten. Beide delen komen tuimelend(niet stabiel) naar de grond.

Helikopterberging

De uitstootlading werpt, aan de rompbuis of neuskegel roterend opgehangen, rotorbladen uit de rompbuis, welke door de langsstromende lucht een auto-gyro functie krijgen: een sneldraaiende beweging van de oppervlakten waardoor een hoeveelheid 'lift' wordt verkregen welke het model afremmen bij de daling. Het model zelf hoeft niet te roteren. In plaats van de roterende ophanging is een starre constructie ook mogelijk waarbij de rotorbladen soms zelfs naast, in plaats van 'in' het model, zijn aangebracht. Daardoor draait het model als geheel om zijn as waardoor de daalsnelheid door de 'liftende' en de weerstandsverhogende werking afneemt. Bij een starre constructie kan de 'rompbuis' minimaal zijn en bijv. bestaan uit een verbindingsstok van licht materiaal tussen motorhuis/vinnen en de neuskegel.















Glijvlucht / Zweefberging / Zweefvliegers

Omhooggestuwd door een modelraket motor, wordt de zwever op het toppunt van de vlucht losgekoppeld van de motoreenheid. De zwever zweeft terug naar de grond en de motoreenheid wordt meestal met een parachute geborgen. Een streamer berging van de motoreenheid is ook mogelijk. In sommige gevallen blijft de motoreenheid gekoppeld aan het zweefsysteem en wordt de motor zelf uitgestoten waardoor het zwaartepunt veranderd. Een uitgestoten motor moet altijd zijn voorzien van een wimpel om de snelheid van de val te beperken.

Boostglider foto's van het 14e WK in Tsjechië (14-19/10/2002)




R. Jansen, Nederlands teamlid met zijn boostglider.